Het leven in deze stad is een voorbeeld van de kunst van the unbearable lightness of being. Het flirten met het leven en zijn regels straalt uit naar het leven op de straat. De vrouwen trippelen op zoek naar aandacht voor hun lijf en lede. De mannen draven achter elk kort rokje aan. Er wordt niet over geklaagd of gepredikt, ze slaan wel een kruisteken als ze een kerk passeren, te voet of in de bus of auto. Dit vertaalt zich ook naar de maag toe. De liefde gaat hier ook trouwens door dit orgaan. Het aanbod van cullinaire geneugtes is groot en gevarieerd. De terrasjes rijzen uit de grond, nu er een algemeen rookverbod heerst. De café's slingeren zich zo gevarieerd de stad rond, dat er voor elk moment een ideale bar is. Vergaderingen, contracten en projecten worden over een kop koffie besproken. Deze bijdrage wil ik inkleuren als een stilleven. Foto's zeggen meer dan woorden kunnen beschrijven.

Flirten met mes en vork

Voor de Argentijn is het leven na de crisis van 2002 duur geworden. Voordien hadden zijn hun nationale munt gekoppeld aan de dollar en konden zij zich alles permiteren. Dat uitte zich vooral in het cullinaire. Een avondje uit was gauw een dure aangelegenheid als je de prijzen in Belgie gewoon was. Nu zijn ze gedegradeerd, niet alleen hun munt is drie keer minder waard, ook de kwaliteit van de pleziertjes des levens moet inboeten. Dat drukt zwaar op de gemoedstoestand van de gewone burger in de straat. Een biertje kost gauw 3 euro (10 pesos), een koffietje betaal je in gelijk welk cafeetje 2.5 euro (7 a 8 pesos), voor de Europeaan is dat nog te betalen, voor de loontrekkers in pesos is dat een onbegonnen zaak. De kwaliteit is met deze prijzenslag niet mee gestegen, integendeel, het heeft veel moeten inboeten. Het bier is een waterig pilsje. De koffie was voor de crisis van Illy kwaliteit, nu is het meer eikelsap met een grote dosis chicorei.
Maar laten we het geklaag even ter zijde en overgaan tot het beschrijven van de keuken. Net zoals de gemiddelde Argentijn, is ook de Argentijnse keuken veranderlijk als je van provincie naar provincie rijdt. Toch is er een algemene deler: de dagelijkse keuken heeft een Italiaanse stempel en de beefsteak is hun hoofdgerecht. Die steak heeft uiteraard door zijn hoge kwaliteit niet veel toegevoegde waarde nodig, vandaar dat hun keuken een beetje fantasieloos is. In het zuiden, waar het koude klimaat overheerst, hebben ze heel gevarieerde stoofpotjes. In het noorden, waar het tropisch warm is, maken ze gebruik van mais en maismeel voor het maken van een soort gesloten pizza: de empanadas. Ze eten haast nooit vis, de kaas wordt bereid type gouda, hun salami is geschoeid op Italiaanse leest en als echt zuiders tintje eten ze hierbij heerlijke grote olijven.
De Argentijnse keuken is verschillend van hun buurlanden. Zij gebruiken nooit fruit in hun warme maaltijden, zoals het de gewoonte is in Brazilie. Zij eten niets pikant, zoals de Peruanen en Bolivianen dat doen. Ze eten, zoals hoger gezegd, nooit vis of zeevruchten, zoals in Chili. Zij gaan prat op hun vlees en veroberen dat met grote hoeveelheden, af en toe gepaard met een blaadje sla en een halve tomaat. Fantasie op culinair vlak hebben ze niet. Die gebruiken ze volgens hen, beter met hun tafeldame en niet in hun schotels. Een Argentijn houdt niet van verrassingen aan tafel, toch niet als het gaat over wat op hun bord komt.

De internationale keuken is pas de laatste jaren een beetje binnengesijpeld. De sushi-mode heeft zijn intrede gedaan in de begoede wijken. De Chinese keuken is enkel aanwezig om de Chinese migrant te voeden. De Peruaanse keuken heeft de laatste jaren een paar sterrestaurants neergepoot in de hoofdstad. Elke toerist kent de weg ernaartoe, maar de doorsnee Argentijn komt er niet veel over de vloer.
De typische Buenos Aires keuken is geschoeid op de Italiaanse. Ze wedijveren voor de beste pizza ….van de wereld, uiteraard. Nergens ter wereld eet je betere pizza dan hier, is een leuz(g)e. Pasta is ook een hoofdgerecht, naast het vlees.
Hier ziet u een normale menukaart van een Argentijns restaurant:

Voorgerechten
Hapjes schotel
met kaasblokjes, salami en olijven.
Empanadas (eerste foto in de mozaik hierboven)

Empanada: typisch Argentijns, een kleine gesloten pizza die je naar eigen keuze kan vullen met al wat in je hoofd komt. Er zijn enkele doorsnee recepten, vooral gebaseerd op gehakt met sjalotjes, look, rozijnen en hardgekookt eitje. Of met een bechamelsaus met zoete mais of eentje met kaas en hesp.

Hoofgerechten
Asado of parilla

Echte Argentijnse barbeque, terwijl zij eigenlijk nooit het woord barbeque gebruiken, dat is voor Noordamerikanen en aangebrand vlees. Zij spreken van parilla en van asado. Een parrilla is zoals een BBQ: het vlees op een argentijnse gril (gril met ijzeren staven in V vorm-foto twee in mozaik) gebraden boven de hitte van houtskool. Een asado (foto 7) is een BBQ waar het vlees geroosterd wordt rond een kampvuur en de hitte van de vlammen hun werk doen. De asado komt uit de gaucho wereld. (Argentijnse cowboy). De parrilla wordt in restaurants, op terrassen thuis en in de tuin gehouden. Een asado is meer voor het open veld of in restaurants waar ze speciaal een asadoplaats hebben. Op deze parrilla leggen ze niet alleen de steak, ook rosbeef, beuling, worst (van rundsvlees) en ingewanden, zoals niertjes, darmen en zwezerikken. Het enigste pikante dat eventueel op tafel komt is de chimichuri saus, een pikante dressing dat ze bij hun vlees eten. Deze asado of parrilla eten ze met het nodige franse brood en om een beetje gezonder over te komen, met een salade zonder fantasietjes: sla, tomaten, ui, olijfolie en citroen.
Het vlees op de asado is rundsvlees en kip en in Patagonie ook wel schapenvlees. Dit is hier redelijk duur, een schaap is een economische fabriek van wol, een van hun grootste exportproducten, dat wordt dus niet zo maar genuttigd
.

Milanese


Een ander typisch vleesgerecht is: de milanese, een wiener schnitzel die zij herdoopt hebben. In restaurants betrouw ik dit gerecht nooit, thuis maak ik het wel geregeld klaar. Het wordt niet met varkens- of kalfsvlees gemaakt, wel met de malse achterbil heel dun gesneden
.

Vis


Niettegenstaande de Argentijnse zee vol zit met vis en bijna al de vis in Spanje van deze wateren komt, eten ze zelf haast geen vis. De goede viswinkels zijn op 1 hand te tellen, de prijs is ook navenant de schaarste. Vis is een exportproduct. Zij zijn ook grote voorvechters, net als Chili, van het verbod op de walvisvangst, zeker in hun territoriale wateren. Wat wel eens voorkomt op de kaart, dit om de Spaanse Argentijnen ter wille te zijn, is een soort paella, merluza en riviervis zoals pecherey en in Cordoba, forel.


Kaas

Dit wordt nooit als kaastafel gegeten of als schotel voor het dessert. Meestal staat het bij de voorgerechten of bij het asado, provoleta. De andere kazen die hier doorsnee gegeten worden zijn gemaakt naar het recept van Gouda. De geraspte kaas wordt van oude harde kaas gemaakt.

Dessert
Dulce de leche
Panqueque con dulce de leche
Flan con dulce de leche
Frutas con dulce de leche (fruit)
Budin con dulce de leche (broodpudding)
Helado con dulce de leche (ijs met)
Helado de dulce de leche (ijs van)
,,,,,con dulce de leche
Pan Dulce

Als afsluiter hebben ze een hele resem desserts met dulce de leche (foto 6), een ingekookte gesuikerde melk, het lijkt op een caramelpasta en is vreselijk zoet. De Argentijnen eigenen zich de titel van uitvinders toe, terwijl ze in Uruguay hetzelfde claimen. Deze wedijver tussen deze twee landen komt op alle vlakken voor zoals in de kunst, herkomst van zangers, enz… dat mag dus op culinair vlak zeker niet ontbreken. Als u buiten de grenzen van dit land een Argentijn tegenkomt, moet u maar eens vragen wat hij het ergste mist van zijn land, in koor zullen ze antwoorden: DULCE DE LECHE.
Als kerstmis nadert liggen alle rekken vol met het Pan Dulce, een Italiaans dessert, een reuze cone gevuld met noten, die na de crisis verdwenen zijn, rozijnen en geconfijt fruit.

DE WIJNKAART

Rode
Cabernet Sauvignon
Malbec
Syrah
Tempranillo
Pinot Noir
Merlot

Witte
Chardonnay
Torrentes
Sauvignon Blanc
Semillon
Riesling
Viognier

Wijnen hebben ze hier meer dan in Frankrijk. Meer uitleg geef ik in een later hoofdstukje gewijd aan de wijn als de rally Mendoza inrijdt, de streek van de Argentijnse wijn. Over het bier zal ik het maar niet hebben. Stella Artois is nu in het land en daar houdt het dan ook bij op. Een cognacje of wiskytje als toemaatje is niet gebruikelijk, de echte alcoholcultuur is hier niet doorgedrongen, ze zijn vaak al gek genoeg zonder een neutje op.


Flirten met de architectuur.

Beauzart.

In het begin van de 20ste E was Buenos Aires een van de rijkste steden van de wereld. Hierdoor werd het een trekpleister van al wie belangrijk wou zijn, zowel kunstenaars, bonafide personen als klap- en leeglopers. Als je in Beauzair gepaseerd was, was je iemand. Deze stad draagt tot de dag van vandaag daar nog de sporen van. Zowel in geest, als in bezienswaardigheden. Buenos Aires is een stad die volledig geconstrueerd is om te flaneren, om faam, naam en honeurs waar te nemen en te tonen. Op zoek naar deze prachtstukken nam ik een plannetje ter hand met een Art Deco-route en vertrok dwalend de stad in, op een mooie lentige zondag.

De route kreeg me dadelijk in de ban en zo ook mijn manier van denken. Met een barokale totaal geschifte manier van schrijven, wil ik de sfeer van de straten overbrengen. Niet alle huizen waren nog in goede staat, andere waren dan weer blinkende juweeltjes. Toch drong de vergane glorie tot me door en werd ik er nostalgisch van. Het plan brengt me van straat tot straat , van woning tot woning, van gevel tot gevel. De rode draad deed me stadsdelen doorkruisen die niet voor gewone toeristen zijn weggelegd. Zondag is ook een abnormale dag voor het steeds zo overdrukke B'aires. Vele kantoorwijken liggen er totaal verlaten bij, andere avenues draaien maar op halve kracht. Zondag is het een spookstad en dat bracht een extra sfeer mee op mijn wandeling. De paar mensen die je tegenkomt, bekijken je een beetje schuins, als je zo intens naar gevels staat te kijken die afgebrokkeld zijn, met de camera in aanslag. Na een paar straatjes begin ik eigenlijk ook te lachen, want die portenjos hebben helemaal niet door waar ik naar loop te turen met hier en daar een traan in mijn ogen. Het verschijnsel cultureel patrimonium heeft hier een andere klank dan in Reintjes wereld. Ik hoor Bachmuziek terwijl ik mijn ogen de kost geef, hier en daar met een klein contrapuntje in d-mineur.

Ik ontwaar tijdens mijn wandeling voorgevels die als juweeltjes in elke Europese stad zouden kunnen prijken. Hier staan ze te pronken in hun afgelebberdheid vol oerwoud groeiende ruinerij.
Elke gevel heeft ooit een tijd van glamour en totale zinsverbijstering gekend, zowel voor zijn bouwmeester als voor zijn bouwheer. Elk stukje raamkozijn is afgewerkt alsof dit het laatste kunstwerk van de beeldhouwer was. Elk balkon siert de gehavende gevel met zijn zwanenzang. Je ziet de bloemen geuren en kleuren in elk afgewerkt stukje smidswerk die al krullend en zwierend eens trots en blij was toen ze hier haar schoonheid mocht uitspreiden in een koud metaal dat door de smid als onverstoorbaar juweel is opgehangen in de afgebroken hengsels waar de tijd haar tol aan opeiste.
De sierlijke bloemen en krullende ranken vereeuwigd in de stenen gevels getuigen van meer adelijkheid dan de muurplantjes nu ooit kunnen vertolken al woekeren ze zich nog zo woest en ordinair tussen de voegen. Zelf het roest op de balkonafrasteringen kan de vergane schoonheid niet ontkleuren.
Ik loop van huis tot huis, van gevel tot gevel en zoek naar de juiste inval om deze decors van de glorietijd van de art deco op foto vast te leggen. De schoonheid van de eens zo gefortuneerde huizen is gestrand in een armenwijk en zijn bewoners zijn verdwenen of vervangen door de gewone kerel met zijn familie die een huis als een functioneel goed zien en niet als een kunstvoorwerp voor geobsedeerde toeristen.

De waarde van elke krul en de gratie van elk gedrapeerd gewaad van de kunstige stenen dames is gezakt samen met de funderingen en staat als een oudstrijder te wachten tot de sloophamers een einde zullen brengen aan de nutteloze maar heerlijke cultuurwaarde. De grond waar deze huizen op staan, houdt zich gewoon vierkant aan zijn meter en zal ooit ontdekt worden door een immobilienbaron om dan zijn ware marktwaarde aan te nemen. In tussentijd vormt hij met zijn kiemen de gevel en het hele huis om tot een jungle van planten en mos.

Deze tocht zet me aan het denken, mediteren, mijmeren vooral. Waarom houden Europeanen zo vast aan de oude tijd, wat vinden of willen we terugvinden in vervlogen cultuur, in oude schoonheden en in vergane kleuren op kunstwerken uit de oude doos ?
Wat zoeken we ?
Zijn we misschien iets verloren, willen we dat terugvinden en smachten we naar de levenswijze van onze opa's om daarin de wijsheid of waardes te vinden om verder te gaan ?
Of is het gewoon uit angst om verder te gaan. Kijken we zo met open mond en verstomde ogen naar al het voorbije zodat we niet aan de toekomst moeten werken ?
Hier hebben oude gebouwen alleen maar een grondmarktwaarde, de natuur overheerst steeds, de zwarte grond onder elk monument is meer waard dan elke steen erboven als hij niet functioneel is, en misschien hebben ze wel gelijk, alhoewel.
Oude huizen worden op tijd gesloopt om terug te verrijzen tot grootse wolkenkrabbers waar geen persoonlijkheid in verborgen zit maar waar de praktische moderne cultuur overheerst.
Elke wijk in Baires heeft nog wel zijn stukjes uit de gouden jaren, toch zijn ze steeds onderhevig aan golven van verandering en modernisering.

Niet alle huizen waren aan verkrottingsbelasting toe. In de gouden jaren kon de bouwheer zijn bouwmeester met moeite overtuigen om al die overdadige tirlantijntjes op zijn eigendom aan te brengen, als ereteken van zijn droom naar de toekomst toe en als vereeuwigde vreugde van het bruisende en feestelijke leven dat zijn stad hem schonk op het einde de 19de eeuw. Dwalend door de straten in Buenos Aires kom je van deze gouden tijd recht in onze tijd terecht. Gefragmenteerd weerspiegelt de ene eeuw zich in de anderen. Wat is er tussen die twee eeuwen gebeurd? We staan nu twee of drie generaties verder van de Art Deco bouwheer en wat bezielde zijn kleinzoon om ernaast een spiegelpaleis te poten ?

Het veramerikaniseren van onze cultuur, wordt degenererend gezegd, de wegwerpcultuur. In mijn gids lees ik dat op het einde van de 19de E heel baires gericht was naar Parijs, en al wie twee stuivertjes had, bouwde zichzelf een verkleind Louvre, Maddeleine of een Versaille. Waarom mag dan de kleinzoon zich 100 jaar later niet richten tot de Verenigde Staten en zijn spiegelpaleis bouwen. De ego van zijn opa of overgrootvader werd verpersoonlijkt door de sierlijke bloeiende bloemen en ranke elegante dames op zijn art-deco gevel, terwijl de ego van de kleinzoon zich weerspiegelt in de gepolijste licht getinte glazen toren die hij in de buurt van zijn vaderlijke stek heeft opgetrokken. Een stad die draaide om schoonheid in zijn puurste vorm, wordt nu omgebouwd tot een stad die zich richt naar de nieuwe en jonge wereld, een wereld zonder omfloerste en alleen maar om schoonheid bestaande culturele klemtonen. Een functionele en practisch designende leefwereld waarin zijn bewoners als koude automaten kunnen opereren zonder daarbij het noorden te verliezen door nutteloze en verstorende ornamenten.

En juweel in het park. Een sierlijke dame met een vloeiende beweging in haar lichaam, speelt deze door naar de boom die haar het zonlicht ontneemt. Een spel van steen en natuur, wit en groen, licht in het donker van de stam, die als een minaar om haar groeit. Decoratieve art in pure vorm. Een geheime erotische verhouding tussen de kunstenares en de heer van de natuur dat me meetrekt in een draaikolk van hun mateloze liefde, ik draai me om en kijk recht naar mezelf, het spiegelpaleis aan de overkant. De harde werkelijkheid reflecteert me tegemoet, gefragmenteerd: het flitsende verkeer, de gehaaste voorbijgangers, de lelijke bedelaar, het vuile meisje zonder schoenen, ikzelf. Ik kijk starend naar boven en neem nog een glimp op van oude tijden voor ik op zoek ga naar een terrasje voor een koffietje.

Flirtend met cultuur.

When you made it in Buenos Aires, you can make it anywhere.

Dat wordt hier veel gezegd. Het heeft vooral te maken met de zangers van de Latinowereld. Als zij een optreden kunnen versieren in Buenos Aires, is hun succes verzekerd. Zo zijn Ricky Martin hier begonnen, was Shakira hier een ster voor ze doorbrak en veel Spaanse zangers, zoals Serrat en de Julio, de 'kerkganger', zijn hier begonnen voor ze naar de rest van Zuid-Amerika of de wereld doorbraken. Nu is het aan Le Dakar en zijn piloten de beurt om hetzelfde na te doen.
Op de straten van BA ligt de roem op je te wachten maar niet voor het rapen, als publiek zijn ze heel kritisch. Het is ook belangrijk dat je de verschillende wijken kent, omdat je dan weet waar jou specifiek publiek op je wacht.
Cultuur is gevormd aan de hand van de leefgewoontes van een samenleving. In een grootstad heeft elke wijk zijn eigen samenleving en zijn eigen culturele vorming. In Buenos Aires is dat niet anders. Baires bestaat uit verschillende wijken, kleine stadjes, met elk hun eigen geschiedenis. Ik ga er een prentjes boek van maken, dat leest plezieriger. We beginnen best met de oudste wijk. Age before beauty.

La Boca, gesticht door de Italiaanse migrant. Een havenwijk. De huizen hebben er een heel aparte stijl, ze werden er opgetrokken in oud scheepsmateriaal, zoals nu nog steeds in ere wordt gehouden in La Caminata, of het steegje. De metalen golfplaten waarin de huizen werden opgetrokken, werden geschilderd in bootverf die ze over hadden zodat je een kleurig schouwspel kreeg van fleurige huizenrijen , enig in het anders zo trieste en nostalgische grijze B'aires. Het is ook de wijk van Boca Juniors, alom gekend onder de heren en dames die van goede voetbal houden. De thuishaven van Maradona, Tevez en vele andere voetbalgoden.
Toen Boca in volle expansie was, 19deE, wilde de Italianen hier een eigen republiek stichten, na een hevige staking in 1882. Zij tekende een verdrag met de koning van Italie en schreven een grondwet. De Onafhankelijke republiek van La Boca werd geboren. Zij zetten centraal in de wijk de Genovese vlag neer en spraken enkel nog hun dialect: het Xeneises. Voor hen was de zaak beklonken. De toenmalige president, Generaal Roca, nu beter bekend als de zuiveraar van de indianen in Argentinie en de president die de grenzen tekende, ging er in hoogst eigen persoon met zijn leger even goede dag zeggen. De Genovese vlag verdween en braaf ging iedereen terug naar huis. Alleen het dialect werd lang daarna nog gebruikt. De fans van La Boca Juniors worden tot nu de Xeneises genoemd.

 

San telmo

San telmo kan je vergelijken met de buurt van de vogelenmarkt in Antwerpen. Bij de toeristen bekend als Tango wijk

Deze wijk ligt naast La Boca en ontstond ongeveer rond dezelfde tijd. De arme Italiaanse migranten vestigden zich in La Boca, terwijl de iets beter bemiddelde San Telmo stichtte. Hier vind je de bekende bouwstijl : casa de chorizo, oftewel worstenhuis. Deze typische Italiaanse huizencomplexen worden zo genoemd naar hun vorm. Zij zijn langwerpig in de diepte en al de kamers liggen achter elkaar en zijn verbonden door een patio. Deze huizen werden eerst door de rijke Italiaanse migrant gebouwd en toen de gele koorts uitbrak achtergelaten zodat de armen deze huizen konden bezigen als communecomplexen. Elke familie had een kamertje, de keuken en badkamer was centraal gelegen en werd gemeenschappelijk gebruikt. De rijkere handelaar trok rond 1869 naar een nieuwe wijk, op een hogere en drogere plaats aangezien de koorts welig tierde in La Boca en San Telmo. Deze wijken overstroomden geregeld en de hygiene was er ver te zoeken.

Recoleta werd toen geboren. De Jezuiten waren er al een tijdje verdreven door de Spaanse koning. (zie de film: the mission). Hun kerk en school, halve universiteit was ingepalmd door een rijke Spaanse handelaar. De onderaardse gangen die de Jezuiten gebouwd en gegraven hadden om aan de spionen van het Spaanse leger te ontkomen, of omgekeerd, werd door hem handig gebruikt als smokkelroute naar de haven. De wijk Recoleta heeft zo naam, faam en rijkdom gemaakt. De begraafplaats is wereldberoemd, niet alleen omdat Evita er ligt, maar ook omdat iedereen die belangrijk was in deze stad er een laatste rustplaats gekocht heeft.
Hier volgen enkele uitspringers van de begraafplaats en hun verhalen.

De oudste: 1881 de begraafplaats van de vrouw van San Martin, de bevrijder, el libertador, van Argentinie en Chili.

De modernste: Familie Herrera Noble, eigenaars van Clarin, de krant. Het wordt Banelco genoemd omdat het op een bankautomaat lijkt.

Het grandiooste: een kapel gebouwd door de familie Dorrego Ortiz Basualdo. Het is opgetrokken in een Franse stijl en heeft een schat aan symboliek. Het standbeeld beeldt de parabool uit van de voorzichtige en de dwaze maagden (5 maagden met olie voor hun lamp, 5 maagden die hun olie vergeten zijn- de 5 domme maagden verlaten het huis om olie te zoeken, voor hun kersverse echtgenoot arriveert, zij komen echter te laat terug en de echtgenoot sluit hen buiten, verdoemd om eeuwig te waken, op zoek naar het licht). De kandelaar met de 7 armen is zowel in het katolieke als in het judisme van grote symbolische waarde: het houdt in dit geval ook het latijnse kruis in , embleem van de 4 evangelisten, wat beduidt dat deze familie katolieken zijn en het kruis het symbool is van het heilige licht en de salvatie.

Het duurste: familie Herlitzka en van de familie leloir, waarin de nobelprijswinnaar van scheikunde van 1970 rust, Frederico Leloir.
Het meest originele: een graf in de vorm van een grot, gemaakt door de zoon van de Generaal Tomas Guido, die nu opgeborgen ligt in de katedraal van Baires, naast zijn al even onsterflijke collega: San Martin. De zoon bouwde deze grot ter nagedachtenis van de eenvoud van zijn vader.
De tedersten: moeder en kind, in witte marmer van Carrara.

Het romantische: Dit prachtig werk is van de beeldhouwer: Felix Jules Coutan. Hier rust de Luitenant Colonel Luis Maria Campos en zijn vrouw Justa Urquiza, dochter van Generaal Urquiza. Zijn vrouw gaf opdracht voor dit beeldhouwwerk aan de artist. Het stelt haar man voor in zijn militair gala uniform, links staat zij met een hiacint in haar handen, het eerste geschenk dat hij haar gaf op de dag dat ze elkaar voor het eerst ontmoetten. Rechts zien we een ander vrouwlijk figuur, zij stelt het vaderland voor, zij steunt op het nationaal schild, de engel in het bovenste gedeelte wijst aan Luis Maria Campos de weg naar de hemel.

 

 

 

Het sympatiekste, wereldlijkste, ironische: de kapel van de familie de Carril. Het bovenste gedeelte in de kroon vinden we Cronos, de god van de tijd, binnen het prieeltje zien we Salvador Maria del Carril gezeten in een stoel met achter hem de buste van zijn vrouw Tiburcia die hem de rug toedraait: boosheid in het huwelijksleven, boosheid in het hiernamaals...

 

 

 

Het meest verbazende, raarste: David Alleno, een jonge bewaker van deze begraafplaats die als wens had om hier begraven te worden, niettegenstaande dit enkel een begraafplaats was voor de high sociaty. Hij en zijn broer wonnen de lotto en met dit geld kocht David hier een stukje grond en bestelde hij zijn zerk: het stelt David voor met al zijn werkatributen van de begraafplaats. Toen het af was en hij het zag, met als titel: jonge oppasser van dit kerkhof, kon hij niet langer wachten om het te gebruiken en pleegde zelfmoord. Plaats met boven aan de naam: JUAN ALLENO

het meest ontroerende: het mausuleum van de jonge Juan Alberto Lartigau, secretaris van de commisaris Ramon Falcon, twee slachtoffers van een "koetsbom" door de anarchist Simón Radowitzky, net toen ze terugkwamen van en bezoek aan dit kerkhof waar ze bloemen legde op het graf van een eerder gevallen collega. De jonge ligt in de armen van een vrouw, met daarboven een andere vrouw met gebalde vuist als bewijs van woede en haar hand achter zich als symbool van de fataliteit. Het lichaam van de jonge is bedekt met een palmblad en een cape, symbolen van het martelaarschap.

Meest twijfelachtige: de zoon van de koning van Frankrijk: Luis XVI en Marie Antoinette, Pierre Benoit of Pedro Benoit, ingenieur van onder andere de katedraal van La Plata. Er wordt gezegd....men vindt op deze zerk veel symbolen terug van de loge.
Het meest bezochte: het graf van de familie Duarte, waarin Eva of Evita ligt. Uiteindelijk terecht is gekomen, zij is na haar dood vaak van plaats veranderd, tot ze uiteindelijk hier haar plekje gevonden heeft. Op de deur vinden we steeds verse bloemen en kaartjes.


Eigenaardigheden:
" er zijn verschillende grafkappelen die naast hen of in het voortuintje een ander eenvoudig graf hebben, meestal is dat de plaats waar de bediendes of de butler rust...zij kregen vaak voor hun loyaliteit een stukje grond toegewezen op het partieel van de familie, maar dan wel buiten de kapel.
" De poezen zijn een atractie op zich. Waarom ze zich zo veelvuldig hier ophouden, weet niemand. Ook hebben ze in groep een voorliefde voor bepaalde graven, terwijl ze andere graven totaal vermijden.
" Er is een legende die vertelt dat als de engelen slapen, pietje de dood op de loer ligt, maar zijn werk niet kan doen. Hij moet wachten tot de engelen weer ontwaken om de zielen die hij rooft met zich mee te nemen. daarom vinden we hier en daar zerken met slapende engeltjes.

Recoleta is een mondaine wijk, de grote modehuizen en gerenomeerde sterrenhotels hebben hier hun stek. Het is een buurt om in rond te hangen als Europeaan in een heimweebui. Het is net een stukje Parijs

Verder heb je het administratief centrum San Nicolas, waar het 'Roze Huis' staat, te vergelijken met het Witte Huis van de President van de Verenigde Staten ; de residentiele wijk Belgrano; stationwijk Retiro; parkenwijk Palermo en de nieuwe havenwijk Puerto Madero.

Palermo en Puerto Madero zijn ook nog even het beschrijven waard. Laten we beginnen met Puerto Madero, om in de havensfeer te blijven. Deze kunnen vergeleken worden met de Dock's. Een uitzonderlijk geslaagde renovatie werd hier doorgevoerd in de jaren '90. Het project van drie jonge architecten won. Zij verbonden de functionele pakhuizen met de flair voor nieuwbouw, toerisme en het culinaire. Het is een prachtige wandeldijk geworden. In de oude pakhuizen zijn tal van goede restaurants gevestigd. Aan de overkant van deze renovatie is een totale nieuwe wijk rechtgezet en dit de afgelopen 5 jaar. Een wijk met ultramoderne functionele torengebouwen, een heel stratennet en een mooie jachthaven. Hoe je dat doet? Wel je lokt een crisis uit, je sluit de banken en het geld komt vanzelf boven. In 2002 was er hier zo een crisis, de crisis zoals nu in de rest van de wereld, maar dan erger. Het banksysteem was totaal ontwricht. De landbouw bracht zijn geld niet meer naar de banken en zocht een andere uitweg om te investeren: gebouwen van steen en beton. Deze wijk wordt ook wel eens de sojadollar-wijk genoemd, vandaar.


Met het standbeeld van Fangio op de nieuwe avenue.

breedste avenu van de wereld. De Champs Elysee mag dan wel zijn faam hebben, deze 9 de julio avenu is de max. Als je deze wil oversteken, neem dan gerust je boterhammetjes mee.

Verder is Palermo tegenwoordig onderverdeeld in: Palermo Holywood, naar de filmsterren die er wonen, Argentijnse filmsterren wel te verstaan; Palermo Soho, verwijst naar de mix van buitenlanders en multiculturele samenleving, beklemtoont in creativiteit. Het is de new-age wijk van de stad. Vooral nieuwe en gedurfde ontwerpers hebben hier hun atelier en annex winkel. Prachtzaken, een winkelwijk dat Milaan doet blozen.



Mercer, jeans winkel in Palermo Soho

Als laatste hebben we dan kortweg Palermo, de wijk met de parken. Inmense parken, een zoo, rozentuin en een arboretum vind je in dit stadsgedeelte. Daar zullen de wagens van de rally ook de dagen voor de start zijn gehuisvest.

Sorry dat er nu even koebeesten op de foto staan, maar het evenementenpark 'La Rural' is gebouwd met het kapitaal van de landbouw en zij geven hier elk jaar de grootste landbouwbeurs van de....inderdaad: de wereld, naart schijnt. Foto: krant La Nacion

En dan voor de winkelfans onder jullie nog een kleine collage van de verschillende shoppingscentra in de stad, met al de merken van wereldfaam, dit als klein toemaatje. Het moet hier toch niet altijd over auto's gaan, nietwaar?

Foto's: Maya en Nicky Malfliet.